'Wat erg, dacht ik, ze blijkt al net zo geconditioneerd te zijn als ik vroeger.'

Intro

Door een operatie kon Louiza haar oude werk fysiek niet meer uitvoeren. In haar nieuwe functie als activiteitenbegeleider werkt ze onder minder tijdsdruk en maakt ze meer tijd voor wezenlijk contact met bewoners. Ze biedt een luisterend oor en ziet sindsdien genietende gezichten bij de bewoners. Lees verder voor het verhaal van Louiza.

Verhaal deel 1

Louiza Daghbach (39), activiteitenbegeleider

'Ik werk al twintig jaar in de zorg. Vroeger had ik het altijd druk. Medicijnen uitdelen, wassen, aankleden. Pas toen ik door mijn operatie een paar jaar geleden min of meer werd uitgeschakeld, heb ik de bewoners echt leren kennen. Ik ben gewoon naast hen gaan zitten. Mijn oude werk uitvoeren ging dan weliswaar niet meer, maar spelletjes doen nog wel. En luisteren. Die ene mevrouw bijvoorbeeld, die altijd zo snel piepte als ik gehaast mijn lijstje afwerkte, bleek een heel leuke en lieve vrouw te zijn op het moment dat ik wel tijd had. “Niet zo snel”, zei ze vaak als ik haar kwam verzorgen. Maar er waren nog zestien bewoners die zorg nodig hadden. Achteraf gezien was wat ik toen deed gewoon lopendebandwerk. Maar nu ik niet langer onder tijdsdruk werk, maak ik voor het eerst wezenlijk contact. Diezelfde mevrouw zei laatst op een mooie voorjaarsdag: “Wat zou ik graag buiten een kopje koffie drinken.” Ik zei: “Dan doen we dat toch, pak uw jas, we gaan.” “Kan dat dan zomaar?” vroeg ze verbaasd. En: “Heb jij daar dan tijd voor?” Wat erg, dacht ik, ze blijkt al net zo geconditioneerd te zijn als ik vroeger. Maar wat was ze blij toen we daar in de zon zaten, elk met een koffietje.

''Die ene mevrouw bijvoorbeeld, die altijd zo snel piepte als ik gehaast mijn lijstje afwerkte, bleek een heel leuke en lieve vrouw te zijn op het moment dat ik wel tijd had.''

Verhaal deel 2

Iedereen in de zorg zegt dat ze “vraaggericht” willen werken, maar eenvoudig is dat niet. Mij althans lukte het al die jaren niet. In de achttien jaar dat ik in de verpleeghuiszorg werkte, werden de wetten steeds verder aangescherpt. Steeds meer formulieren moesten worden ingevuld. We rapporteerden over gewicht, stoelgang, bloeddruk. En dan al die lange intakegesprekken. Soms overleed iemand na een week al. Nu denk ik: wat zonde, want de tijd die we achter de computer doorbrachten, konden we niet aan de bewoners zelf besteden. Nu doe ik dat anders. Als ik nu bijvoorbeeld sinterklaasinkopen ga doen voor de bewoners, dan vraag ik: “Wie wil er mee?”

En ik kan wel zeggen: “Vandaag staat schilderen op het programma”, maar hoezo eigenlijk? Laatst zei iemand: “Waarom moeten we altijd iets doen, kind, kunnen we niet gewoon wat kletsen?” Nog beter opletten, denk ik dan. Niet te snel denken dat je weet waarmee je iemand een plezier doet. Soms neem ik tijdens weekenddiensten mijn nichtje van zeven mee. Zij heeft een wonderlijk verzachtend effect op de stemming van sommige bewoners met dementie. Met open mond en een grote glimlach kijken ze naar dat kleine meisje als ze weer eens een van haar dansjes doet. En vaak lees ik hen allen voor uit een kinderboek dat zij heeft meegebracht. Regelmatig zie ik mijn oude collega’s en dan denk ik: ik zou hen eigenlijk moeten helpen. Het lijkt alsof ik niks doe en zij hebben het zo druk. Maar ik kan het fysiek niet meer. En dan zie ik die genietende gezichten van de bewoners als ze bijvoorbeeld naast me lopen op straat, en dan denk ik: wat heb ik fijn werk, hoe kan het dat ik hiervoor word betaald.'

Word deel van ons verhaal

Ben je op zoek naar een nieuwe uitdaging en spreekt onze manier van werken jou aan? We zijn nog op zoek naar collega’s die snappen dat het hele leven telt.

Bekijk vacatures

Boek "Wij kunnen toveren"

Meer inspirerende verhalen lezen? Bestel ons boek over de ervaringen met de nieuwe aanpak in verpleeghuizen.

Meer informatie